Historie van de KVEO terugblik
Statuten en huishoudelijk reglement van de KVEO geven vorm aan de vereniging. Telkenmale worden ze aan de tijd aangepast en veranderen daarmee de vereniging. Wanneer we de historische stukken erbij pakken dan zien we dat de vereniging sinds haar oprichting op 16 april 1877 tot op de dag van vandaag in beweging is. Vele malen zijn de statuten en het huishoudelijk reglement, dat vroeger het reglement van orde heette, gewijzigd.
KVEO, ...hoe zat het ook weer? een historische terugblik
Sommige aanpassing waren het gevolg van een gewijzigde samenstelling van de vereniging waarbij de toegang tot het lidmaatschap steeds meer werd verruimd. Maar ook de doelstellingen en de structuur van de vereniging gingen met zijn tijd mee.
Het Nederlandsche Leger, zo begon het
Keren we terug naar de oorsprong in 1877 dan zien we dat de financiële omstandigheden waaronder de volgens de pensioenwetten van 1851 en daarvoor, de toenmalig gepensioneerde officieren verkeerden, aanleiding waren voor het oprichten van een vereniging. De gepensioneerde luitenant-kolonel titulair der Cavalerie R.A.L. Pélerin nam daarvoor het initiatief met het tweeledige doel a) de billijke belangen der gepensioneerde officieren te behartigen en anderen daartoe op te wekken en b) weldadig te werken, zowel in het belang van hulpbehoevende gewone leden, hunne weduwen en wezen, als in dat van weduwen en wezen van buitengewone leden. Op 4 juni 1877 werd met het Koninklijk Besluit no. 36 de vereniging erkend, waarbij de statuten koninklijk werden goedgekeurd. Het bestuur bood Z.M. Koning Willem III het beschermheerschap aan. Drie dagen later, 29 juni 1877, schreef de Thesaurier des Konings, mr. Louis, Napoleon, baron van der Goes van Dirkxland, aan de voorzitter van de vereniging, die toen ‘Vereeniging van gepensioneerde officieren van het Nederlandsche leger’ werd genoemd: dat het Zijne Majesteit heeft behaagd ten behoeve en op naam dier vereeniging eene som van ƒ 187.000 te laten inschrijven op het Grootboek der 4% Nationale Werkelijk Schuld. Naast deze donatie van de koning verklaarde ZKH Prins Frederik der Nederlanden, de oom van de koning, zich bereid het Erevoorzitterschap te aanvaarden. Overigens heette de voorzitter van de ‘Vereeniging’ in die tijd aanvankelijk President, welke titel weer snel werd gewijzigd in voorzitter. Vermeldenswaard is nog het feit dat de donatie op 23 augustus 1877 bij notaris Henricus E.F. Ligtenberg in het arrondissement ’s-Gravenhage in een akte is vastgelegd waarbij ZM Koning Willem III als getuige aanwezig was: “De Hooge Comparant, aan mij Notaris bekend ……….” en zo gaat het in de ‘Acte van Schenking’ verder. Binnen het bestuur was het de penningmeester die toen de instructie gaf tot aanschaf van een “ijzeren vuurvrije kist met twee sloten” die snel moest worden aangeschaft.
Op 4 oktober 1898 werd na haar inhuldiging als Koningin het Beschermvrouw schap aan HM Koningin Wilhelmina aangeboden waarop de particulier Secretaris, A. van der Staal, het bestuur bij brief nr. 1064 van 13 april 1899 berichtte dat op het verzoek gericht aan Hoogstdezelve gunstig was beschikt.
Na de eerste 25 jaar gaan we door
In 1901 werden de statuten aangevuld met de zinsnede dat de Koninklijke Vereniging opnieuw werd aangegaan voor een tijd van 25 jaar. Eenzelfde tijdspanne was ook bij de oprichting in 1877 in de statuten voorzien. Even na de viering van het 25 jaar bestaan, werd op 20 februari 1902 bericht ontvangen dat ZKH de Prins der Nederlanden, Hertog van Mecklenburg, met grote ingenomenheid het door het bestuur aangeboden Erevoorzitterschap aanvaardde. Statuten en reglement van orde werden in die tijd goedgekeurd en vastgesteld met een Koninklijk Besluit (KB) waarbij de voorstellen tot wijziging werden aangeboden aan de constitutionele vorst door tussenkomst van de Minister van Justitie die voor die wijzigingen de ministeriële verantwoordelijkheid droeg. Een ingewikkelde procedure omdat eerst de wijzigingsvoorstellen in een algemene vergadering de leden moesten worden voorgelegd alvorens het departement van Justitie zich erover boog. En dat gebeurde in een tijd waarin nog geen computers met een snel internet bestonden. De procedure was niet alleen ingewikkeld maar ook tijdrovend. Veel correspondentie vond binnen het bestuur over en weer plaats in handgeschreven of uitgetypte documenten met carbonpapier en nog nauwelijks te lezen doorslagen. Soms werden concepten door een drukkerij verzorgd. Evenzo gingen concepten op en neer tussen het bestuur en het ministerie, maar ook tussen het bestuur en het Paleis. De statuten en reglement van orde, later het huishoudelijk reglement genoemd, werden niet alleen door drukkerijen in boekwerkjes met kaft uitgegeven, maar ook gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant. De boekwerkjes werden ruim verspreid. Op een van de archiefexemplaren staat met de pen geschreven “1200 exemplaren gedrukt Januari 1957”. En het exemplaar van het verslag van de ‘Jaarlijksche Algemeene vergadering van den 7 Mei 1884’ is in een boekwerk met harde kaft en goud op snee, voorzien van het Rijkswapen, uitgegeven door de drukkerij H.P. de Swart en Zoon. Soms verscheen er ook een herdruk van de statuten en het huishoudelijk reglement zoals blijkt uit de penaantekening “Herdruk 1964” op een van de meer eenvoudige archiefexemplaren uit de latere periode. Dat was dus nog eens wat anders dan een digitale publicatie van de statuten en huishoudelijk reglement op een website.
Wie zijn er in 1913 lid
In het uitgegeven boekwerkje behorende bij het KB no. 10 van 4 september 1913 lezen we in artikel 2 ’Van het doel der Vereeniging’ de doelstellingen die hiervoor bij de oprichting zijn genoemd. In artikel 3 ‘Van de Leden’ staat beschreven voor wie het lidmaatschap open staat: Het aantal leden is onbepaald. Deze worden verdeeld in: a. gewone leden; b. buitengewone leden. Tot de eerste categorie behoren rechtens: alle gepensioneerde officieren van het Nederlandsche Leger, die hun verlangen om als lid te worden toegelaten aan het bestuur te kennen geven. Tot de tweede categorie: alle officieren in werkelijken dienst of op non-activiteit, die hun verlangen om als lid te worden toegelaten aan het bestuur hebben kenbaar gemaakt, alsmede eervol ontslagen officieren, indien zij reeds gedurende hun militairen diensttijd als lid in de Vereniging waren opgenomen. Opmerkelijk is de samenstelling van het bestuur (artikel 5) die in de huidige tijd strijdig zou zijn met wat het verenigingsrecht in het Burgerlijk wetboek bepaalt. In die tijd werd volgens de statuten de Koninklijke Vereeniging bestuurd door: Een Voorzitter, Een Onder-Voorzitter en Drie Commissarissen. De bestuursleden zijn onbezoldigd. Dat laatste dus wel weer naar analogie van de huidige tijd. In artikel 6 wordt het bovenstaande aangevuld met: Aan het bestuur wordt toegevoegd een Secretaris-Penningmeester; deze mag geen lid van het Bestuur zijn. Aan hem wordt door het Bestuur eene Bezoldiging toegekend. Bij uitzonde32 | Eervol | juni 2023 ring zullen deze functiën gescheiden en door twee personen waargenomen kunnen worden. Alsdan zal de bezoldiging naar evenredigheid van het werk bepaald worden. Even verderop in artikel 11 komt het begrip Correspondent tevoorschijn: Behalve te ’s Gravenhage kunnen door het bestuur in iedere gemeente van het Rijk leden der Koninklijke Vereeniging tot correspondenten benoemd worden, belast met het innen der contributiën, het overmaken der gelden en verder met al datgene wat aan hen door het bestuur in het belang der Koninklijke Vereeniging zal kunnen opgedragen worden.
En hoe ging het er in 1924 aan toe
Bij KB no. 55 van 9 augustus 1924 worden de statuten en reglement van orde aangevuld met een ’Instructie voor den Secretaris-Penningmeester’ en ‘Aantekeningen’. Daarnaast worden de doelen van de vereniging uitgebreid met een opmerkelijke derde doelstelling: bij uitzondering de weldadige werking mede uit te strekken tot weduwen en wezen van officieren, die bij hun leven geen lid der Vereeniging zijn geweest. Het artikel over wie lid zijn van de vereniging blijft verder ongewijzigd, maar wordt wel aangevuld met de zinsnede De leden nemen de zedelijke verplichting op zich de belangen der Koninklijke Vereeniging naar beste weten te behartigen. Ook het artikel over de correspondenten (artikel 10) ondergaat een metamorfose: Indien zulks wenschelijk blijkt, worden door het Bestuur leden met hunne instemming benoemd tot Correspondent, teneinde in hunnen woonplaats en omgeving de belangen der Koninklijke Vereeniging te behartigen. Het correspondentschap is onbezoldigd; eventueel gemaakte onkosten zullen, na goedgekeurd te zijn door het Bestuur, worden vergoed. Het zijn nu dus geen contributie-ophalers meer, maar de correspondenten krijgen een meer maatschappelijke zorgtaak toebedeeld. Het zijn nu dus de voorlopers van de huidige rayonofficieren geworden. In het gedeelte ‘Aantekeningen’ worden de bedragen genoemd die behoren bij de geldelijke uitkeringen waarop de ondersteuning zoals geschreven in het reglement van orde betrekking heeft. Handgeschreven in het boekwerkje staan nog diverse aantekeningen waaronder aanwijzingen dat het jaarlijks Algemeen Verslag met een begeleidend schrijven moet worden aangeboden aan de Koningin, de Prins der Nederlanden, de Koningin-Moeder en de Minister van Oorlog met de bijzonderheid ’aan zijn woning ‘. Ook deze wijzigingen van de statuten staan natuurlijk weer gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant. Dit KB valt nog steeds in de regeringsperiode van HM Koningin Wilhelmina. Waar de aantekening spreekt over de Koningin-Moeder, wordt dus HM Koningin Moeder Emma bedoeld. Een titel die dan voor het laatst binnen het Huis van Oranje is gevoerd. Op 12 september 1939 tekent HM Koningin Wilhelmina haar laatste KB dat betrekking heeft op wijziging van de statuten. In het archief bij de KVEO is niet te achterhalen wat die wijzigingen in hielden.
Op 12 september 1939 tekent HM Koningin Wilhelmina haar laatste KB
1945, Nederland en de vereniging herrijzen
Op 9 november 1948 ontving het bestuur het bericht dat HKH Prinses Wilhelmina zich wenste terug te trekken als Beschermvrouwe. En op 21 december 1948 berichtte de Particulier Secretaris van HM Koningin Juliana, mr. J.C.-baron Baud, dat Hare Majesteit zich gaarne bereid heeft verklaard het Beschermvrouwschap te aanvaarden nu HKH Prinses Wilhelmina de wens te kennen heeft gegeven zich als zodanig terug te trekken. In 1956 worden weer wijzigingsvoorstellen ingediend die op 6 april 1956 bij KB no. 44 door HM Koningin Juliana worden goedgekeurd, maar niet eerder dan nadat de Minister van Justitie op 29 februari 1956 aan het bestuur heeft gevraagd in hoeverre de vereniging op last van of als gevolg van maatregelen van de bezetter ontbonden of OTTERLOO Eervol | juni 2023 | 33 opgeheven is en zo ja door welke bezettingsinstantie een zodanig besluit is genomen. De brief eindigt met Indien door enige bezettingsinstantie een besluit tot opheffing of ontbinding of tot inbeslagneming van bezittingen is genomen, zonder dat men aan zodanig besluit gevolg heeft gegeven, is de vereniging niettemin in liquidatie getreden en behoort in een zodanig geval rechtsherstel worden verleend. Uit de beantwoording blijkt dat van dit alles geen sprake is geweest.
De Koninklijke Luchtmacht sluit aan, de naam wijzigt
Met het KB no. 25 van 5 oktober 1956 worden de statuten voor de tweede1 maal in dat jaar nogmaals gewijzigd waarbij het lidmaatschap wordt opengesteld voor de officieren van de Koninklijk Luchtmacht. Het betekent dat ook de naam van de vereniging wordt gewijzigd. Was die naam de Koninklijke Vereeniging van Gepensioneerde Officieren van het Nederlandsche Leger (vanaf 1914 wordt gepension(n)eerde in de KB’n en statuten wisselend met één of dubbele “n” geschreven); nu heet de vereniging ‘Koninklijke Vereniging van gepensioneerde Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de Koninklijke Luchtmacht’. In 1964 opent de voorzitter de jaarvergadering met de mededeling dat ZKH Prins Bernard der Nederlanden goedgunstig had beschikt op het verzoek het Erevoorzitterschap te willen aanvaarden.
Met de Koninklijke Marine en de Koninklijke Marechaussee, nu de KVEO
Het KB nr. 110 van 12 augustus 1969 is het laatste Koninklijke Besluit geweest waarmee de statuten van de vereniging zijn goedgekeurd. Daarna trad het nieuwe verenigingsrecht in werking dat op 26 juni 1976 in boek 2 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek de gang van zaken rond verenigingen en stichtingen regelde. Het wijzigen van statuten behoeft dan dus geen Koninklijke goedkeuring meer met een ministeriële inmenging (verantwoordelijkheid). Het wordt dan wettelijk geregeld met een notariële akte waarin de statuten worden vastgelegd. Maar voor het zover is, is het KB nr. 110 voor de KVEO van wezenlijk belang. Met dit besluit werd namelijk de huidige naam van de vereniging vastgelegd en werd het lidmaatschap opengesteld voor alle officieren, gepensioneerd of actief, van de gehele krijgsmacht. Ook de weduwen van de officieren behoren nu tot de gewone leden. Ik geef het hier wat verkort weer, maar feitelijk kwam het toen erop neer dat de toelating tot het lidmaatschap ruim van opzet was. Alleen begunstigers werden nog niet als lid erkend. Zij vielen in de categorie schenkers en daar bleef het bij. Het begrip correspondent komt nog steeds ongewijzigd voor in de statuten. Opmerkelijk bij dit KB is dat de Minister van Justitie alvorens de wijzigingsvoorstellen ter tekening bij Hare Majesteit voorlegt, eerst nog aan het bestuur om bewijs vroeg dat het predicaat ’Koninklijke’ aan de nieuwe naam mocht worden toegevoegd. Om dit te regelen was nog overleg met het Paleis nodig en in het archief ligt de kassabon van ƒ 50,- voor het zegel en het gebruik van het speciale formulier waarmee dit alles werd geregeld. Over de nieuwe naam heeft het toenmalige bestuur zich nog het hoofd gebroken en kwam uiteindelijk uit op de huidige naam Koninklijke Vereniging van Eervol Ontslagen officieren van de Nederlandse Krijgsmacht, die overigens nog niet werd afgekort. Dat werd pas later in een volgende wijziging bij de notaris geregeld. Evenzo gold dat voor het schrijven van de diverse woorden in de verenigingsnaam met een hoofdletter. Nu betreft dat alleen nog de woorden ’Vereniging’ en ‘Nederlandse’, maar de afkorting KVEO wordt weer met kapitalen geschreven. In de huidige tijd vinden we het jammer dat in die nieuwe naam het woord gepensioneerd niet meer terugkomt. Belangenbehartiging op pensioengebied wordt op dit moment als een speerpunt van de vereniging gezien. Voor partners in pensioenland en in de diverse gremia op pensioengebied zou het duidelijker zijn overgekomen als dat woord in de verenigingsnaam behouden was gebleven.
Het reglement van orde heet vanaf nu het huishoudelijk reglement.
Het reglement van orde heet vanaf nu het huishoudelijk reglement.
Geen Koninklijke Besluiten meer, maar een notaris
Zoals hiervoor geschreven, breekt met het nieuwe verenigingsrecht een ander tijdperk aan. De Kamer van Koophandel en Fabrieken voor ‘s-Gravenhage komt in beeld en de vereniging schrijft zich in het Verenigingsregister tegen betaling van ƒ 50,- in, want niets gaat gratis in dit land. Daarmee is gevolg gegeven aan de bepalingen van het nieuwe Burgerlijk Wetboek in samenhang met het Besluit Verenigingsrecht. In 1979 en 1980 vindt een uitgebreide correspondentie plaats over het opnieuw aanpassen van de statuten. Nu is de notaris voor het eerst in beeld die op 4 november 1980 de akte laat passeren. Wie leden zijn, blijft ongewijzigd. Het bestuur wordt nu wel gemodelleerd naar wat de wet voorschrijft. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden door een algemene vergadering in functie benoemd. Hun taken worden in het huishoudelijk reglement beschreven. Het begrip commissaris is verlaten. De overige leden in het bestuur heten nu bestuursleden en OTTERLOO 34 | Eervol | juni 2023 hun functies worden door het bestuur verdeeld. Voorts bestaat het begrip Correspondent niet meer. Een nieuw begrip met andere inhoud wordt geïntroduceerd: de ‘Contactpersoon’. Contactpersonen hebben tot taak in een door het bestuur bepaald gebied de belangen van de vereniging en haar leden te behartigen. Nog maar een kleine stap naar het begrip rayonofficier zoals we ze nu noemen. Daarnaast kunnen leden – volgens bij huishoudelijk reglement te stellen regels – afdelingen zonder rechtspersoonlijkheid oprichten die een eigen reglement kunnen maken dat uiteraard niet in strijd mag zijn met de statuten of het huishoudelijk reglement van de vereniging.
En hoe zit dat dan met het predicaat Koninklijk?
Nu de statuten van de vereniging niet meer met een Koninklijk Besluit worden vastgesteld waarmee automatisch het predicaat Koninklijk aan de verenigingsnaam kon worden toegevoegd, moet een andere weg worden gekozen om dat predicaat te bestendigen. Feitelijk wordt nu de weg bewandeld die alle instanties aflopen om het predicaat Koninklijk te verkrijgen voor hun bedrijfs- of verenigingsnaam. Die procedure is eind vorige eeuw met nieuwe richtlijnen aangepast2. Op 13 april 1987 heeft de toenmalige voorzitter van de KVEO, kapitein ter zee van administratie b.d. K.T. Bremer, volgens die nieuwe richtlijnen voor de vereniging het recht tot het voeren van het predicaat aangevraagd en voor 25 jaar verkregen. Samen met de secretaris, luitenant-kolonel der infanterie b.d. J. van Gelder, verklaarde hij toen schriftelijk kennis te hebben genomen van de bij de toekenning van het predicaat toegezonden bepalingen en zich daarnaar te zullen gedragen. Het betreffende formulier, uitgereikt door de burgemeester van ’s-Gravenhage, moest ondertekend worden teruggezonden naar de Particulier Secretaris van HM de Koningin en ZKH Prins Claus der Nederlanden. Omdat het recht tot het voeren van het predicaat Koninklijk voor de vereniging per 26 januari 2012 zou vervallen heeft de toenmalige secretaris, R.A.J. Bloemkolk, wederom bij de burgermeester van ‘s-Gravenhage een verzoek tot bestendiging ingediend. Op gelijke wijze als hiervoor beschreven, is daarop het recht opnieuw gegeven voor een periode van 25 jaar. Dat recht loopt af op 12 maart 2037. Zes maanden van tevoren zal het dan aangetreden bestuur weer een nieuwe procedure in gang moeten zetten voor de bestendiging van het predicaat. De rechtstreekse band die de vereniging van oudsher met het Koninklijke Huis had, is steeds losser geworden en in 2014 geheel verbroken. Op 27 januari 2014 ontving de toenmalige voorzitter van de KVEO, brigadegeneraal b.d. ir. B. Koster, het bericht dat HKH Prinses Beatrix tot haar spijt de erefunctie van Beschermvrouw van de KVEO niet zal voortzetten. In het huidige vorstenhuis is geen Koninklijk lid meer te vinden die het beschermheerschap overneemt. Hiermee verdwijnt een 137 jaar oude traditie. Wat de beweegredenen zijn is onbekend. Zou het ingegeven zijn door maatschappelijke of politieke omstandigheden van de moderne tijd? In de brief waarin het afscheid is aangekondigd wordt aangegeven dat het Paleis niet actief de publiciteit over die beëindiging zal zoeken. Het schrijven eindigt met de erkentelijkheid die de Prinses naar de voorzitter uitspreekt voor de jarenlange samenwerking.
De KVEO in de 21e eeuw
We zien dat de vereniging toegroeit naar de situatie van vandaag. In 2018 wordt opnieuw na goedkeuring van het wijzigen van de statuten en het huishoudelijk reglement door de algemene vergadering een gang naar de notaris gemaakt. Er vindt nu een verfijning plaats van wie als lid kan worden aangemerkt en in het huishoudelijk reglement wordt een begunstiger nagenoeg gelijkgeschakeld met een lid. De begunstiger krijgt dezelfde rechten met uitzondering van het stemrecht in de algemene vergadering. Voorts worden er op organisatorisch gebied wijzigingen doorgevoerd door de vereniging in rayons onder te verdelen. En dan zijn we toe aan de meest recente wijziging die in 2023 wordt doorgevoerd. Nieuwe wetgeving ligt daaraan ten grondslag. Genoemd moeten dan worden de Algemene verordening gegevensbescherming en de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Op 18 april 2023 zijn de leden in de algemene vergadering daarover geïnformeerd en is hun instemming met de voorgelegde wijzigingsvoorstellen gevraagd. De statuten en het huishoudelijk reglement worden dan wederom gewijzigd om de vereniging met de wettelijke eisen van deze tijd in de pas te laten lopen. Op 16 mei 2023 heeft de secretaris van de KVEO als gemachtigde die akte van statutenwijziging bij de notaris getekend.
Eindnoten
1 Met een wijziging van de statuten op 6 april 1956 (KB no. 44) wordt de termijn waarvoor de vereniging is aangegaan opnieuw vastgesteld, maar nu voor 29 jaren.
2 De richtlijnen voor het verkrijgen en het intrekken van een Koninklijk predicaat, en de bijzondere voorwaarden die aan een gerechtigde tot het voeren van het predicaat Koninklijk worden gesteld, zijn beschreven in de Koninklijke Beschikking van 15 augustus 1988 nr. 33, respectievelijk nr. 34. Deze beschikkingen zijn later aangevuld met de Koninklijke Beschikkingen van 8 december 2004, nr. 9, 26 maart 2010, nr. 2 en 17 december 2020, nr. 3. Het predicaat wordt voor een beperkte periode verkregen en moet bij het verstrijken van die periode met een nieuwe aanvraag bestendigd worden. Dit geldt sedertdien ook voor de KVEO.