Pensioenen na het NSC amendement
Het door Kamerlid Joseph c.s. ingebrachte amendement bij de Wet toekomst pensioenen (Wtp) leverde de afgelopen weken stevige discussies op. Op 20 mei heeft de Tweede Kamer gestemd over wat officieel het “Wetsvoorstel transitietermijnen” heette. Het amendement over het mogelijk maken van meer zeggenschap is verworpen. Het bleek een nipte uitslag te zijn met 73 Kamerleden die tegen waren en 72 voor.
Het wetsvoorstel zelf, dat voorstelt de uiterste transitiedatum uit de Wtp van 1 januari 2027 te verschuiven naar 1 januari 2028, haalde het wel. Dit geeft meer tijd aan de sector om alle werkzaamheden die gepaard gaan met de pensioentransitie beter te spreiden in de tijd. Het wetsvoorstel gaat nu door naar de Eerste Kamer.
De pensioensector reageerde opgelucht. Volgens ABP-voorman Van Wijnen zijn de collectiviteit en solidariteit daarmee als fundament van het oude en het nieuwe stelsel behouden. “Het stelsel wordt niet individueler. Het wordt persoonlijker. De groei van je pensioenvermogen wordt inzichtelijker. Transparanter. Je ziet precies wat je zelf opbouwt aan premie, wat je werkgever inlegt en hoe dat vermogen groeit. Dat vermogen groeit mede door de beleggingen.” (zie ook: https://www.abp.nl/nieuws-en-pers/nieuws/2025/mei/persoonlijk-niet-individueel).
Koepel Gepensioneerden-voorzitter John Kerstens hoopt dat de focus in het debat over de nieuwe Pensioenwet nu weer komt te liggen op het waarmaken van de grootste belofte van die wet: een koopkrachtiger pensioen dat de prijsstijgingen beter weet bij te houden dan in het huidige pensioenstelsel gebeurde. Een koopkrachtiger pensioen is belangrijk voor het draagvlak onder het nieuwe pensioenstelsel.
In de debatten over het NSC-voorstel heeft de minister toegezegd met voorstellen te komen over de zeggenschap van deelnemers en gepensioneerden in het nieuwe pensioenstelsel. Een eerste brief daarover heeft hij op 13 mei naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin geeft hij aan dat hij wil dat de fondsen een kwalitatieve toelichting geven aan hun deelnemers over wat het beeld zou zijn als er NIET wordt ingevaren. De wet moet daarvoor aangepast worden en dat gaat de nodige tijd kosten.
De KVEO wil een koopkrachtig (de stijging van de uitkering moet minstens gelijk zijn aan de stijging van de prijzen) en stabiel (een stelsel dat voor vele jaren zekerheid biedt) pensioen.
De pensioensector zegt wel dat het nieuwe stelsel moet leiden tot een koopkrachtiger (dan in het oude stelsel) pensioen. Ons pensioenfonds geeft aan te staan voor een goed pensioen in een leefbare wereld. Heeft ABP daarmee ook de ambitie om een koopkrachtig pensioen na te streven? Solidariteit en collectiviteit zijn goed, maar zolang deze begrippen hoger op de agenda staan dan het streven naar koopkracht, zijn wij niet tevreden.
Sociale partners, pensioenfondsen en de vele overlegstructuren hechten veel waarde aan het streven naar en vasthouden van de eensgezindheid. Zij zijn nauwelijks bereid of in staat om ook de goede voorstellen voor de verbetering van de positie van gepensioneerden over te nemen. Voorstellen over het nastreven van een koopkrachtig pensioen, een betere verdeling van de buffers bij de overgang naar het nieuwe stelsel, zodat ook gepensioneerden bij de overgang enige reserve meenemen voordat de pensioenen mogelijk verlaagd moeten worden door economische tegenslag.
Het voorstel van Agnes Joseph bevatte meer elementen dan de inspraak bij de beslissing om wel of niet over te gaan naar het nieuwe stelsel. De reuring en stemverhouding laten zien dat er meer twijfels en vragen komen. Politiek, werkgevers, vakbonden en pensioenfondsen hebben allemaal een mening en een doel met deze transitie. Wie komt op voor de belangen van de deelnemers? KVEO is niet tegen de overgang naar een nieuw pensioenstelsel omdat wij verwachten dat het meer mogelijkheden biedt voor een koopkrachtig pensioen. Om dat te bereiken zul je risico’s moeten nemen. Het bestuur van een pensioenfonds zal deze risico’s moeten inschatten en afwegen tegen de doelstelling om de pensioenen koopkrachtig te laten zijn. Daarover goed communiceren en de verwachtingen realistisch tonen, dat is wat wij verlangen. De deelnemers lopen in het nieuwe stelsel het meeste risico. Hun premie en inleg en de beleggingsresultaten bepalen welke uitkering zij krijgen. Daarom moet de invloed (en dat is meer dan medezeggenschap) van de deelnemers en in ons geval van de (verenigingen van) gepensioneerden groter worden in het aansturen van de fondsen.
Heeft u vragen over uw pensioen of over deze bijdrage? Stuur een bericht aan Jo Kuklinski ().
Het ABP wil invaren per 1 januari 2027. De persoonlijke pensioenkapitalen van de toekomst worden berekend op basis van de gegevens over uw werkverleden en persoonlijke omstandigheden. Om de overdracht voor u goed te laten verlopen moet u uw persoonlijke gegevens controleren. Hoelang heb ik bij welke werkgever gewerkt en pensioen opgebouwd. U vindt die gegevens in uw Uniform Pensioen Overzicht (UPO) en op MijnABP (https://www.abp.nl/militair). Klopt het niet dan contact opnemen met ABP 045 5796244.
Thema: Pensioenen
Recente/eerdere artikelen:
-
Pensioenfondsen dienen voorrang te geven aan de belangen van pensioendeelnemers02 maart 2026
-
Senator Van Rooijen wil voortaan de echte cijfers over de pensioenen04 december 2025
-
Indexatie van onze ABP-pensioenen in 202626 november 2025
-
Twijfelachtig aanbod24 november 2025
-
Negatief advies van gepensioneerdenvertegenwoordigers over het invaarvoorstel van het ABP13 oktober 2025
-
Pensioen in beweging05 september 2025
-
Pensioenen na het NSC amendement18 juni 2025
-
KVEO Nieuwsbrief Pensioenen | Mei 202502 mei 2025
-
Controleer uw pensioengegevens17 februari 2025
-
Fiscale knelpunten bij invaren17 februari 2025