ZORG EN WELZIJN

Inleidend inzake de lezing van Touwen dd 21 april 2022

Hoe staat het met de levensverwachting van gepensioneerde beroepsofficieren? 
Overstijgt deze het Nederlandse gemiddelde of juist niet? Voor beide veronderstellingen zijn wel redenen aan te dragen of te verzinnen. Maar daarover ging het tijdens de Algemene Vergadering op 21 april niet. Wel over een belangrijke opdracht die je jezelf moet geven in de laatste fase van je leven. Namelijk dat je aan je toekomstige nabestaanden kenbaar maakt hoe je die fase wilt invullen. Dat lijkt simpel, namelijk zo lang mogelijk doorgaan op de ingeslagen weg.
Maar wacht even, als de rafels van de ouderdom zichtbaar worden, wat dan ?
Hoe en waar wilt u een medisch traject ingaan?
Wat verwacht u nog van het leven? Welke juridische kanten kleven er aan uw wensen? Hebt u nagedacht over euthanasie?
Kortom, als u een maximale invloed wilt hebben over het leven in de laatste fase, dan is het wijs over de keuzemogelijkheden daarin na te denken en uw naasten op de hoogte te stellen van uw keuzes. Daarover ging het in de overigens voortreffelijke lezing van dr. Dorothea Touwen. 

 

22 april: Lezing, Keuzes in de laatste levensjaren, van dr. Dorothea Touwen tijdens de KVEO AV 2022 dd,. 21 april jongstleden

Adviseur Zorg Welzijn: Wim Frankenmolen

Maart 2022

Dit artikel gaat over onze verhouding tot de dood. Sterven hoort net als geboren worden bij het leven. Er is een kans dat u bij de openingszinnen direct afhaakt. Ervaringen met dood, verlies en rouw roepen al vlot ongemak op. De vraag is: laten we ons overvallen als de tijd daar is, of krijgt sterven al eerder een plaats in onze gesprekken en in ons leven? Acceptatie van het onvermijdelijke einde maakt het mogelijk om met elkaar aandacht te geven aan de laatste fase van het leven.

Op het moment dat ik dit schrijf is het een grauwe grijze regendag. Maar het weer is niet de inspiratie voor zo’n beladen thema, noch mijn eerdere bijdrage over ‘Actieve voorbereiding op ouder worden’ en het wetsvoorstel ‘Voltooid leven’. Ik kom op het idee door het lezen van een in 2021verschenen document van de Raad Volksgezondheid en Samenleving (RVS) met de titel Beter samenleven met de dood.

In het voorwoord wordt het nadrukkelijk een inspiratiedocument genoemd en geen handreiking over hoe we zouden moeten praten en overleggen over verlies, dood en rouw.

Het document beschrijft diverse ontwikkelingen in onze samenleving die van invloed zijn op onze omgang met de dood zoals secularisering, bevolkingssamenstelling en de toegenomen medische mogelijkheden bij ziekte. RVS wil een impuls geven aan het denken over de plek van de dood in ons leven en onze samenleving waarin we de dood, verlies en rouw weer meer als onderdelen van het leven zien.

De dood was minder zichtbaar tot de coronapandemie zich aandiende. Voor sommigen in de vorm van het eenzaam sterven van een dierbare op de intensive care of in het verpleeghuis, voor anderen in de vorm van de dagelijkse sterftecijfers bij de journaaluitzendingen.

Waar in sommige culturen het sterven traditioneel omarmd wordt als deel van het leven zoals op de Mexicaanse feest- en herdenkingsdag op Allerheiligen en Allerzielen (Dia de losMuertos) dringen wij sterven liever terug uit ons persoonlijk leven en uit de samenleving.

Welke ontwikkelingen spelen daarbij een rol en hoe ziet het debat rond leven en dood er uit? En hoe zouden wij persoonlijk en als samenleving de dood als onderdeel van het leven een plek kunnen geven?

Ontwikkelingen in de omgang van de dood

Samenleven met de dood en omgaan met onze eigen sterfelijkheid blijkt moeizaam, waarbij we in onze samenleving steeds minder gemeenschappelijke handvatten lijken te hebben. Ervaringen met de dood, verlies, afscheid en rouw zijn uiteraard heel persoonlijk, maar wel ingebed in een omgeving waarbij bepaalde waarden, gebruiken en rituelen horen. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals secularisering en individualisering maken de omgang met dood en verlies moeilijker door het ontbreken van vaste rituelen. De diverse samenstelling van de Nederlandse bevolking heeft ook invloed op veranderde en gevarieerdere levenseinderituelen.

Juist rond het levenseinde kunnen religieuze en culturele gebruiken extra belangrijk worden, ook voor mensen die deze tijdens hun leven niet praktiseren. Aan de andere kant kunnen mensen ook afstand nemen van rituelen uit het land van herkomst en juist een meer persoonlijke vorm kiezen. Met de secularisering is de rol van religie en daarmee van traditionele instituties afgenomen met meer nadruk op de autonomie van individuen die zelf hun keuzes moeten maken.

In het verleden was de dood een ‘normaler’ onderdeel van het leven, omdat mensen er zich vaak toe moesten verhouden. Gezinnen werden veel meer dan nu geconfronteerd met zuigelingen- en of kindersterfte en mensen stierven vaker aan ziektes of aandoeningen die in de huidige tijd niet meer tot de dood leiden.

Door de toegenomen medische mogelijkheden lijkt het leven haast maakbaar. Sinds 1950 neemt de levensverwachting van 65-jarigen toe: destijds met 14,3 jaar (79,3jaar), in 2019 met 20,1 jaar (85,1 jaar). In 2026 zal dat volgens de huidige prognose van het CBS 0,7 jaar langer zijn en in 2040 mogelijk zelfs zo’n 25 jaar (90 jaar).

De verwachting is dat de komende 20 jaar het aantal 80-plussers met 98% zal toenemen en het aantal 100-jarigen van 2530 (op 1 januari 2021) naar ongeveer 7000 in 2040 zal stijgen.

De dood uitstellen lukt steeds beter. Waar een diagnose kanker lange tijd een naderende dood impliceerde, is het inmiddels vaak mogelijk de ziekte te genezen of er in ieder geval lang mee door te leven. Hierdoor wordt een groeiende groep mensen geconfronteerd met een naderende dood zonder te weten wanneer die in te tijd zal volgen. Dat kan mensen er van weerhouden de realiteit van de dood onder ogen te zien. Voor deze mensen zal eerder en vaker aandacht nodig zijn voor andere dimensies van hun bestaan anders dan hun ziekte alleen.

Een belangrijke ontwikkeling is dat het overlijden steeds vaker in een professionele omgeving plaats vindt. Stierf in 1950 nog het merendeel van de mensen thuis, in 2019 was dat volgens het CBS 32%. Inmiddels sterven mensen meestal in een ziekenhuis, verpleeghuis of hospice. Deze zijn uitermate geschikt voor de laatste palliatieve fase, met comfort, hulp en een thuisgevoel en kan gezien worden als een goede en zorgzame ontwikkeling. Maar hoe een sterfbed er uit kan zien weten we steeds minder.

De dood in het publieke debat

In het RVS document wordt beschreven dat de dood in het publieke debat sterk aanwezig is in de vorm van abstracte statistieken en dat het ruim genomen twee uitersten kent: de dood als probleem én de dood als oplossing. In het eerste geval willen we de confrontatie met de dood zo veel mogelijk vermijden of uitstellen. Denk maar eens aan de polemiek bij de publicatie van het Draaiboek Code Zwart over wie wel en wie niet bij overbelasting van de IC nog voor behandeling in aanmerking komt.

Met de toenemende vergrijzing wordt het debat over de dood als oplossing gekenmerkt door een, soms verhitte discussie over wanneer en hoe het leven mag eindigen en hoe dat einde het best te realiseren is. Denk aan de discussies over kwaliteit van leven, over sterven als verlossing van ondragelijk lijden of van een gevreesde sterfbed, euthanasie bij dementie en het willen sterven na een voltooid leven.

Tot slot

In het RVS document staat dat het als inspiratie bedoeld is om de dood als onderdeel van het leven te zien en daarmee wil bijdragen aan het praten en overleggen over verlies, dood en rouw en dat het niet bedoeld is als een praktische handreiking.

Die handreikingen zijn er overigens wel en een aantal worden in de colofon genoemd. Ze bieden legio handvatten die een gesprek kunnen stimuleren.

Kern van het verhaal is dat als we accepteren dat je op een dag gaat sterven we onszelf en onze ‘naastbestaanden’ de kans geven om er met elkaar over in gesprek te gaan.

Zoals wij ook praten en overleggen over wat wij in ons werkzame leven willen en wat bij pensionering, zo kunnen we ook praten over onze eindigheid. Juist onze eindigheid, maakt dat wij contrast geven aan ons bestaan en het leven kunnen vieren.

Nawoord: SIRE heeft begin februari een campagne gelanceerd om de dood bespreekbaar te maken, omdat blijkt dan meer dan de helft van de Nederlanders op een betere manier afscheid had willen nemen van een overledene.

Een onvolledig afscheid leidt tot extra verdriet en bemoeilijkt de rouw. Benadrukt wordt dat spreken over de dood, juist over het leven gaat. Met spotjes op YouTube wordt ons een spiegel voorgehouden door het laten zien van gesprek vermijdende dooddoeners zoals ‘Je gaat nog lang niet dood’. Kijk er vooral naar!

De RVS heeft een driedelige podcast-serie over samenleven met de dood gemaakt met als onderwerpen ‘Hoe leven we samen met de dood’, ‘De dood en de tijd’ en ‘Mag je ook zwijgen over de dood?’. Het document ‘Stervelingen’ kan gedownload worden via de website van de RVS (https://www.raadvs.nl). De Podcast-serie is te beluisteren op Spotify, Apple podcasts of RadioviaInternet.

Bron:

Stervelingen, Beter samenleven met de dood’, Raad Volksgezondheid en Samenleving, 2021.

Enkele ‘inspiratiebronnen’:

– Tijdig praten over het levenseinde: https://www.knmg.nl/advies-richtlijnen/knmg-publicaties/tijdig-praten-over-het-levenseinde.htm

– Moet alles wat kan (ZonMw) : https://www.zonmw.nl/uploads/tx_vipublicaties/ZonMw_Signalement_Moet_alles_wat_kan.pdf

– Omgaan met levenseinde en de dood, Zorg voor Beter, kennisplein voor verpleging, verzorging, zorg thuis en eerste lijn: https://www.zorgvoorbeter.nl/levensvragen-ouderen/zingeving/levenseinde-dood

– Ik weet niet wat ik moet zeggen, Overman en Bruntik, boek ISBN 9789025908997, 2020

Mochten er thema’s zijn die u als lezer uitgediept zou willen zien, dan hoor ik graag van u. adviseurzw@kveo.nl

NOTEN

25% van de Nederlandse bevolking heeft een migratieachtergrond (CBS, 2021) en naar verwachting zal in 2050, 30 tot 40% een migratieachtergrond hebben (CBS, 2020).

Over de adviseur

Wim Frankenmolen, kol-arts b.d., voormalig huisarts en arbeids-en bedrijfsgeneeskundige. Diverse functies binnen de Landmacht en langere tijd stafarts van de Koninklijke Marechaussee. Werkzaam bij de KMar tevens voorzitter van de  Landelijke Overleggroep Bedrijfsartsen politie gedurende 10 jaar.  Na de dienstverlating werkzaam bij de Politie Haaglanden. Lid van de Commissie Zorg, Welzijn en wonen van de Koepel Gepensioneerden (KG). KVEO is een van de lidorganisaties van de KG.

Actuele zaken

Actueel blijft het voorkomen van infectieziekten met pandemische dreiging, het voorbereiden op ouder worden, de dialoognota Ouderen van VWS en de initiatiefwet ‘ Wet toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek’. Zaken die relevant zijn voor de nieuwe kabinetsperiode.

De belangen met betrekking tot Zorg en Welzijn op beleids- en politiek niveau vinden hun vertaalslag via de commissie Zorg, Welzijn en Wonen van de Koepel Gepensioneerden.

Wetenswaardigheden

Veel zaken rond Zorg en Welzijn zijn te vinden op de Websites van Beter Oud, ZorgSaamWonen en de Raad van Ouderen en uiteraard op die van de Koepel Gepensioneerden.

Nuttige links

www.koepelgepensioneerden.nl

www.zorgsaamwonen.nl

www.beteroud.nl

www.beteroud.nl/raad-van-ouderen

LID WORDEN

Inschrijving als lid van de KVEO

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.