ARTIKELEN ZORG EN WELZIJN
Integraal Zorgakkoord: waar staan we in 2025?
In de decemberuitgave van Eervol (2022) schreef ik over het Integraal Zorgakkoord (IZA) onder de titel ‘Is de Nederlandse gezondheidszorg nog houdbaar? We zijn nu ruim twee jaar verder. Wat is de balans? Werken we aan toekomstbestendige zorg of stevenen we juist af op een zorginfarct?
In 2022 ondertekenden het ministerie van VWS, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten het IZA. Dit akkoord markeert de inzet op fundamentele hervorming van het zorgstelsel. De doelen zijn ambitieus: betere samenwerking in de regio, meer focus op preventie, passende zorg op de juiste plek en het verlagen van de werkdruk. Dit is broodnodig, want de zorgvraag zal blijven stijgen. Op 1 januari 2022 hadden ruim 10,4 miljoen mensen in Nederland één of meer chronische aandoeningen. In de Nederlandse begroting zijn de netto zorguitgaven voor 2024 vastgesteld op €97,8 miljard. Bij ongewijzigd beleid verwacht het RIVM dat de totale zorguitgaven in 2040 uitkomen op ongeveer €291 miljard (23 tot 27% van het bruto binnenlands product).
Het personeelstekort groeit schrikbarend richting 305.000 in 2034. De uitvoering van het IZA is complex door de vele betrokken partijen, uiteenlopende verantwoordelijkheden, knellende financieringsstructuren en belemmerende wet- en regelgeving. Zorg, welzijn, maatschappelijke ondersteuning, ggz en jeugdzorg opereren vaak langs elkaar heen. Van cruciaal belang is dat overheid, zorgaanbieders en verzekeraars gezamenlijk optrekken om de noodzakelijke veranderingen door te voeren. Dat vereist duidelijke doelstellingen, een herziening van het bekostigingssysteem, investeringen in personeel en innovatie en een flexibele benadering van wet- en regelgeving. Van de 219 ingediende transformatieplannen zijn er 108 goedgekeurd. Er zijn tastbare verbeteringen zichtbaar: digitale gegevensuitwisseling vordert; behandelaren moeten binnen 24 uur toegang hebben tot medische informatie. Persoonlijke Gezondheidsomgevingen (PGO’s) geven patiënten meer regie over hun eigen data. Hybride zorg – een combinatie van digitale en fysieke zorg – wordt steeds vaker toegepast om de werkdruk te verlichten zonder in te boeten op kwaliteit. Toch zijn de structurele problemen niet opgelost. De zorg blijft financieel gestuurd op volume: wie meer behandelt, verdient meer. Preventie en samenwerking worden nauwelijks beloond. Financiering loopt via versnipperde stromen – van zorgverzekeraars tot gemeenten – met elk hun eigen regels. Structurele bekostiging van innovaties ontbreekt vaak.
Een voorbeeld: een 82-jarige vrouw met beginnende dementie ontvangt zorg van de huisarts, wijkverpleegkundige, sociaal werker, casemanager dementie én de gemeente voor woningaanpassing. Allemaal vanuit verschillende wetten en geldstromen. Niemand heeft het overzicht, en niemand wordt betaald voor samenwerking. De prikkel om gezamenlijk te investeren in goede, preventieve zorg ontbreekt. Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en de Participatiewet. Ook zijn ze belangrijk in preventie via de GGD en in afstemming met zorgverzekeraars. Toch trokken ze zich eind 2024 tijdelijk terug uit het IZA, vanwege een gebrek aan financiële middelen en invloed. Begin 2025 keerden ze terug na nieuwe afspraken over structurele financiering en zeggenschap. Dit leidde tot het aanvullende Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
De Voorjaarsnota 2025 stelt onderdelen van het IZA uit, waaronder kwaliteitsverbetering en meerjarige contracten met aanbieders. Ondertussen nadert het Ravijnjaar in 2026: een forse korting op het gemeentefonds van €2,5 tot €3 miljard. Gemeenten moeten meer doen met minder geld, terwijl hun takenpakket ongewijzigd blijft. Dat tast hun vermogen aan om te investeren in preventie en regionale samenwerking – juist de kern van het IZA. Het IZA vraagt om voorinvesteringen in samenwerking en preventie, maar in de praktijk dwingen financiële tekorten juist tot bezuinigingen. Minder geld betekent minder ruimte voor regioplannen en innovatie. Er dreigt uitstel of afzwakking van noodzakelijke hervormingen. De transitie naar toekomstbestendige zorg wordt zo ondermijnd door de praktijk van alledag.
De conclusie luidt dat de doelen van het Integraal Zorgakkoord relevanter zijn dan ooit. Maar goede bedoelingen zijn niet genoeg. Zonder stevige investeringen, duidelijke kaders en gelijkwaardige samenwerking blijft de kans groot dat de zorg verder fragmenteert en vastloopt. De houdbaarheid van de zorg vraagt niet alleen om akkoorden, maar vooral om politieke en bestuurlijke daadkracht, lef en structurele keuzes.
Wim Frankenmolen
ADVISEUR ZORG EN WELZIJN
RECENTE ARTIKELEN: