Skip to main content

VAN DE VOORZITTER...

Pensioenwet

21 april 2024

Met de behandeling van de nieuwe pensioenwet in de Tweede Kamer wil het maar niet opschieten. En er is haast bij geboden want deze regering heeft weliswaar een meerderheid in de Tweede kamer maar in de Eerste Kamer is ze afhankelijk van enkele oppositiepartijen (PVDA en Groen Links). Met de verkiezingen van Provinciale Staten op 15 maart 2023 en daarvan afgeleid een mogelijk andere samenstelling van de Eerste Kamer, zijn alle partijen die achter het nieuwe pensioenstelsel staan gebaat bij een spoedige afhandeling van de nieuwe wet. Want waar ging het ook weer om?

Sinds 2010 wordt er overlegd over een nieuw pensioenstelsel. Het huidige stelsel gebaseerd op een uitkeringsovereenkomst (pensioen is 70% van het laatst genoten of gemiddeld inkomen) past niet meer in deze tijd. De pensioenfondsen moeten grote reserves aanhouden om de pensioenen te garanderen, er is het risico na niet-indexeren bij lage rentes en het systeem van doorsneepremie (waarbij werkenden allemaal hetzelfde premiepercentage betalen en gelijk rechten opbouwen) past niet meer in deze tijd. We hebben het afgelopen jaren gezien; het geld klotste tegen de muren van de pensioenfondsen maar ze mochten niet indexeren vanwege de lage rente.

Iedereen was dan ook buitengewoon verheugd toen in 2019 de sociale partners (vakbonden, werkgevers en regering) een nieuw pensioenakkoord sloten. De kern is dat iedereen in de toekomst een pensioen krijgt dat gebaseerd op de totaal betaalde premie en de opbrengsten van de beleggingen. Dit moest snel worden omgezet in een wet zodat deze snel door beide kamers kon worden geloodst. Appeltje eitje dus! Maar daar waar het pensioenakkoord een akkoord is van de polder moet de pensioenwet een akkoord worden van de coalitiepartners met steun van enkele oppositiepartijen. Dit blijken in de praktijk toch echte twee verschillende zaken te zijn. Daar spelen enkele zaken een rol.
Allereerst er zijn partijen (PVV< SP) die er alles aan proberen te doen de behandeling van de wet zoveel mogelijk te vertragen zodat de behandeling in de Eerste Kamer over de datum van maart 2023 wordt getild. Een nieuwe Eerste Kamer met een andere samenstelling; grote kans dat de nieuwe eerste Kamer tegen de nieuwe pensioenwet stemt. Alle vertragingstechnieken uit het Congres van de Verenigde Staten worden nu in de Tweede Kamer toegepast.

Dan zijn er politieke partijen die lijken op een jong stel die al jarenlang verkering hebben maar nu de huwelijksdatum nadert zich afvragen: heb ik wel de juiste keuze gemaakt en willen terugkeren op hun schreden. Die gaan allerlei risico’s benoemen die aan het nieuwe stelsel verbonden zijn en om zekerheden vragen. Deze partijen vergeten vaak dat zekerheden heel veel geld kosten en dat aan het oude stelsel ook veel risico’s zaten. Denk bijvoorbeeld aan indexeren en hoge inflatie zoals we thans hebben.

Zekerheden kosten heel veel geld en aan het oude stelsel kleefden ook veel risico’s

Maar het belangrijkste is misschien wel het vertrouwen in de overheid inclusief het parlement. We hebben dit inmiddels bij meerdere dossiers gezien (stikstofproblematiek, toeslagenaffaire, Groningse aardgasschade etc.) en het wantrouwen leeft breed in de Nederlandse gemeenschap. We zien dat minister Carola Schouten van armoedebeleid, participatie en pensioenen er alles aan doet om het vertrouwen te herstellen bij dit pensioendossier. Maar ook de leden van de Tweede Kamer kunnen er ook iets aan doen dit vertrouwen te versterken door in het pensioendossier te gaan voor het landsbelang op lange termijn en niet voor het partij of persoonlijk belang op korte termijn.

Misschien dat het in 2023 nog wat wordt. Laat ons in 2023 in elk geval naar elkaar omkijken want velen onder ons zouden wellicht eens met u een praatje willen hebben b.v. over het pensioendossier. Daarom wens ik u en de uwen namens het bestuur van de KVEO prettige feestdagen en een voorspoedig 2023.
We vertrouwen er op dat we in 2023 perspectief krijgen op een koopkrachtiger pensioen. Wij zullen ons in elk geval in 2023 daarvoor gaan inzetten ondanks de iets hogere contributie.

Marcel Celie